Jan en Lisa hebben voor school een marktonderzoek gedaan. Het marktonderzoek moest duidelijk maken welke prijs leerlingen bereid zijn te betalen voor een bepaald product. Het product in kwestie is een dvd met daarop de uitvoering van het jaarlijkse schooltoneel. Alleen Jan en Lisa hebben het recht gratis kopieën te maken van de originele dvd.

Aan de productie zijn alleen marginale kosten verbonden en geen vaste kosten. De marginale kosten stellen we op € 2.

We gaan ervan uit dat de constante kosten nul zijn en dat gestreefd wordt naar maximale totale winst.
De school vindt een prijs van € 10 het maximum.

Jan en Lisa hebben de volgende tabel kunnen maken: 

Uitkomsten marktonderzoek dvd-schooltoneel

Image 1: Uitkomsten marktonderzoek dvd-schooltoneel

De dvd-markt

Bepaal aan de hand van de tabel de afzet en maximale totale winst als er sprake zou zijn van slechts één aanbieder.

Vul het antwoord in bij opdracht 5 op het antwoordformulier.

Opdracht 5B - 5D

Veronderstel dat nu alle leerlingen het recht hebben om de dvd te kopiëren. Slechts een deel maakt van dat recht gebruik en biedt, vanwege de grotere concurrentie, de dvd’s aan voor 5 euro. 

Ga naar de opdrachten 5B tot en met 5D

Het einde van het monopolie

Jan en Lisa waren twee jaar lang samen de enige aanbieder die deze dvd’s op de markt bracht. De mogelijke gevolgen van een monopolie voor de consumenten zijn in module 8 al aan bod geweest. De school wil via concurrentie zorgen voor lagere prijzen. Besloten wordt dat Jan en Lisa vanaf nu twee verschillende aanbieders zijn.  

De splitsing stelt Jan en Lisa voor problemen. De keuze voor prijs en hoeveelheid is niet meer zo duidelijk. Welke mogelijke strategieën zijn er nu voor Jan en Lisa? Een mogelijkheid is dat ze gaan samenwerken en een kartel vormen.

Ze kunnen dan de afspraak maken om op de dag van de verkoop elk 300 dvd’s mee naar school te nemen, omdat ze weten dat ze die bij een prijs van € 8,- allemaal kwijt raken. Ze verdelen de winst (van € 3600,-) die even hoog is als bij een monopolie, en er verandert eigenlijk niets.

Maar hoe groot is de kans dat ze er samen op die manier uitkomen? Zijn Jan en Lisa tevreden met ieder de helft van de winst nu ze elk een eigen bedrijf hebben? Vinden ze dat ze allebei evenveel recht hebben op de helft van de winst of vindt Lisa dat zij, omdat ze meer heeft gedaan aan het marktonderzoek, meer winst verdient? En hoe zeker zijn ze dat de ander zich aan de afspraak houdt?
 

Opdracht 5E

Stel dat Lisa zeker weet dat Jan op de dag van de verkoop niet meer dan 300 dvd’s gaat aanbieden. Met dit gegeven kan zij haar voordeel doen, uitgaande van de oorspronkelijke prijsafzetfunctie:
Q = - 100P + 1400

Ga naar de opdrachten 5E.

Opdracht 5F tot en met 5H

Het is ook mogelijk dat Jan denkt dat Lisa niet meer dan 300 dvd’s gaat aanbieden. Als ze ervan uit gaan dat de ander 300 dvd’s zal aanbieden en ze willen zelf een zo groot mogelijke eigen winst komen ze voor een onaangename verrassing te staan.

Ga naar de opdrachten 5F tot en met 5H

Jan en Lisa komen tot de conclusie dat hun veronderstelling over het gedrag van de ander niet klopte en dat door meer aan te bieden hun winst is gedaald. In § 3 wordt via de speltheorie ingegaan op de nu ontstane situatie.

De situatie van Jan en Lisa kan ook grafisch worden weergeven. 

De situatie van Jan en Lisa

Image 1: De situatie van Jan en Lisa

 Voor een vergroting van de grafiek klik -> hier

Conclusies

Met behulp van de grafiek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Toen Jan en Lisa nog samenwerkten kwam bij een vraaglijn GO1 maximale totale winst tot stand bij een monopoliehoeveelheid van 600 (QM) en een monopolieprijs van 8 (PM).
  • Als Lisa veronderstelt dat Jan, nu ze beiden zelfstandig opereren, 300 dvd’s zal aanbieden, kan zij uitgaan van een eigen vraaglijn GO2 (Q2 = Q1 – 300).
  • Als zij een zo hoog mogelijke winst wil behalen, zij zal nu 450 eenheden produceren bij een prijs van € 6,50.
  • Maar als Jan dezelfde redenering heeft gehad als Lisa en tot dezelfde conclusie is gekomen, zal de totale productie 900 (Q) zijn en de prijs 5 (P).
  • De gemeenschappelijke winst is lager dan in de beginsituatie.

Met behulp van de speltheorie wordt deze situatie later opnieuw geanalyseerd.
 

Een wedstrijd

In deze paragraaf hebben we gezien dat twee aanbieders op een markt in feite een wedstrijd met elkaar spelen: een wedstrijd met als doel een zo groot mogelijke winst of afzet. In markten waar sprake is van concurrentie komen dit soort wedstrijden dagelijks voor. Zeker wanneer het aantal aanbieders op een markt niet te groot is, is men op de hoogte van elkaars bestaan en kan men elkaars producentengedrag bekijken en daarop reageren.

Om dergelijke spelsituatie goed te kunnen analyseren gaan we ons eerst verdiepen in de speltheorie. Nadat we dat gedaan hebben zullen we terugkeren naar de dvd-markt van Jan en Lisa.