Op markten voor goederen en diensten kan een situatie ontstaan waarin producenten door middel van omvangrijke en aanhoudende prijsverlagingen proberen marktaandeel te winnen ten koste van hun concurrenten. Het belang van zelfbinding speelt een grote rol bij het voeren van een dergelijke prijzenoorlog. We zullen de steeds terugkerende prijzenslag tussen concurrenten leren zien als een herhaald spel, waarin de producenten rekening moeten houden met het reputatie-effect. In deze situatie kunnen concurrenten in de verleiding komen om prijsafspraken te maken, wat verboden is door de mededingingswet.  

Tot nu toe is er in de concurrentiestrijd tussen bedrijven op een oligopolistische markt nog niet gesproken over prijspolitiek. Er zijn echter bedrijven die vaak stunten met prijzen. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de tankstations. Waarom doen ze dat?

Er zijn twee tankstations Shell en Esso in hetzelfde dorp en beide bedienen ze de lokale markt. Deze twee tankstations zijn in dit voorbeeld de spelers. Beide ondernemers kunnen zelf hun prijs PS , respectievelijk PE bepalen voor hun benzine (€ 95).

De omzetten van tankstation Shell en tankstation Esso zijn afhankelijk van zowel de prijs PS als de prijs PE. Als PS lager is dan PE hebben automobilisten een voorkeur om te tanken bij Shell en zal de omzet van Shell dus hoger zijn dan die van Esso.

Er wordt verondersteld dat iedere ondernemer kan kiezen tussen twee prijzen: een relatief lage prijs van € 1,- en de hoge prijs van € 1,30.
In de volgende tabel worden de omzetten weergegeven die het gevolg zijn van de strategieën van Shell en Esso.
 

 

Set van strategieën

omzet Shell

omzet Esso

PS = € 1,-     PE = € 1,-

 € 100.000,-

 €  90.000,-

PS = € 1,-     PE = € 1,30

 € 169.000,-

 €  65.000,-

PS = € 1,30   PE = € 1,-

 €  65.000,-

 € 120.000,-

PS = € 1,30   PE = € 1,30

 € 104.000,-

 €  91.000,-